+31(0)6 47408063 louise@arnoldbik.nl

Processtappen bij ‘schuiven op het speelveld’

Quick start

1 Context en vraag

Wat speelt er, wat is vraagstuk, thema, probleem, doel of verlangen?
“Laten we het zichtbaar maken, uit het hoofd en in de ruimte plaatsen.”
“Oei, dat zijn veel spelers/factoren. Zet ze neer om het overzicht te houden.”

2 Toewijzen van spelstukken

Bepaal welke spelers en factoren een plaats krijgen in het landschap.
Laat er spelstukken van maken of maak ze zelf door op het witte vlakje te schrijven.

3 Plaatsen van spelstukken

Meer of minder bedacht.
Meer of minder op gevoel, intuïtief, tastenderwijs

4 Waarnemen

Vanuit helicopterview en vanuit verschillende hoeken, hoogten en afstanden.
Kom uit de stoel en loop er om heen. Varieer de afstand en ga eens door de knieën.
Wat valt op, wat roept het op? Wie ziet wie? Hoe is het voor de verschillende elementen?
Ga eens door de knieën en aanschouw het landschap vanuit het perspectief van de verschillende spelstukken (ook vanuit abstracte elementen).
Waarnemen van de ervaring van de vraagstukeigenaar is minstens zo belangrijk; bij hem of haar komen de ervaringen en inzichten binnen. Wat laat de vraageigenaar merken: emotioneel, fysiek, lichaamshouding, gezichtsexpressie, energie?

5 Eventueel: representerende waarneming

Ervaring vanuit het spelstuk, oftewel: als representant. (ook abstracte elementen)
Dit wordt vooral gebruikt als er een facilitator is met ervaring in begeleiden van systemische opstellingen.
N.B.: Niet iedereen is ‘in’ voor de representerende waarneming. Dat is niet altijd nodig en in sommige gevallen ook niet constructief.

6 Eventueel: Procesinterventies ter verdieping van bewustwording, verschuiven van innerlijke beleving, heling e.d.

Vele interventies vanuit het hele arsenaal aan professionele benaderingen zijn mogelijk, als ze passen bij het proces van de vraagstukeigenaar en de deskundigheid van de facilitator.

7 Eventueel: experimenteren met toekomstige mogelijkheden

Veel gebruikt bij organisatievraagstukken, leiderschapspositionering. Ook bij onderzoeken van individuele loopbaan of levensloop. Nodig is dat de vraagstukeigenaar zich innerlijk vrij is gaan voelen om te experimenteren met nieuw gedrag en mogelijkheden.

8 Afronden

Doe dit altijd rustig, met respect; ook als het je eigen vraagstuk is.
Besef vooral bij persoonlijke processen en het proces diep heeft geraakt, dat de opstelling deel is van een diepe ervaring. Iedere ingreep (ook achteraf) kan raken.
Maak van opruimen een passend ritueel, korter of langer, en passant of nadrukkelijk.
Vraag altijd toestemming om stukken te wissen als het niet jouw eigen vraagstuk is.

Elk proces vraagt een afgestemde volgorde en hoeveelheid aandacht per stap, afhankelijk van setting, kwestie en klant.

Voorbeelden:

Bij een organisatieadvies setting ligt de nadruk sterk bij ‘waarnemen’, er is vaak weinig ‘proceswerk’ en in sommige gevallen veel experiment om mogelijkheden te toetsen.

Bij persoonlijke processen (coaching, therapie, mediation) krijgen ‘procesinterventies’ veel aandacht. Experimenteren is lang niet altijd aan de orde.

Verdere tips voor facilitator:

  • Zorg dat degene die de stukken plaatst zich niet laat afleiden.
  • Leg de basis voor een onbevangen houding en een open nieuwsgierige blik.
    Laat eerdere opvattingen en beelden even rusten.
  • Start met zo min mogelijk spelstukken om het overzicht te kunnen bewaren.
  • Neem alle tijd om het eerste beeld waar te nemen: afstanden, wie kijkt naar wat, wie hoort wel niet bij kernsysteem, ontbreekt er iets.
  • Maak onderscheid tussen interpretaties en waarnemingen.
  • Stel diagnoses uit, evenals conclusies en oplossingen.
  • Blijf in contact met de directe ervaring op het speelveld.
  • Neem ook eigen gewaarwording serieus en integreer dit in de faciitering op een manier die de waarneming van de vraageigenaar ondersteunt.
  • Stop beginnende discussies en breng aandacht terug naar de waarneming
  • Doe één interventie per keer zodat het effect bij elke stap kan worden waargenomen.
  • Als het om een persoonlijk proces gaat: stop als er iets wezenlijks is gebeurd.
  • Fotoos zijn prima als om speelvelden en proces te documenteren.
  • Bij delicate persoonlijke processen is het raadzaam voorzichtig te zijn met foto’s; alleen bij helende beelden.